|
|
|
Publicatiedatum: April 8 2003
ECN-onderzoek krijgt Duitse steun.
Bayer -dochter steekt miljoenen in Nederlandse brandstofceltechnologie
Een dubbel gevoel hadden ze er bij Energieonderzoek Centrum Nederland
(ECN) aanvankelijk wel een beetje aan overgehouden. Aan de ene kant
waren ze blij en trots dat de Duitse Bayer-dochter H.C. Starck miljoenen
euro's overheeft voor een ECN-dochter. Maar tegelijkertijd vonden
ze het jammer dat die belangstelling in Nederland niet te vinden was.
Dat bleek vorige week tijdens de officiële bekrachtiging van de overname
in het plaatsje Selb, gelegen in het zuidoosten van Duitsland. De
ECN-directeuren bezochten daar een fabriek van H.C. Starck en waren
onder de indruk van het moderne productieproces. De ambivalente gevoelens
maakten daardoor snel plaats voor het besef dat de transactie de enige
juiste was. 'Hier is onze technologie in goede handen', luidde eensgezind
het oordeel.
De aan H.C. Starck verkochte ECN-dochter is Indec, dat staat voor
Innovative Dutch Electro Ceramics. Het bedrijf maakt keramische brandstofcellen
en is in 1999 als dochteronderneming van ECN opgericht. Kees van der
Klein, die als directeur van Indec de verkoop organiseerde, is verheugd
over de Duitse partner. 'We zijn binnen ECN al sinds 1991 bezig met
brandstofceltechnologieën. Na een aantal jaren ontstond de behoefte
om zelf cellen te gaan produceren voor ons eigen onderzoek. We hebben
toen Indec opgericht en het onderzoek en de productie gescheiden.
Om de productie naar een hoger plan te trekken, hadden we een sterke
partner nodig. Samen met Planet Capital (een participatiemaatschappij
die investeert in duurzame energiebedrijven, red.) zijn we eerst in
Nederland gaan zoeken. Maar hier was geen bedrijf te vinden met interesse.
Toen hebben we onze blik gericht op het buitenland. Al snel bleek
H.C. Starck een natuurlijke partner.'
Starck is sinds 1986 onderdeel van Bayer en produceert poeders van
hittebestendige metalen, andere speciale metalen en componenten van
geavanceerde keramiek. H.C. Starck verwerkt deze componenten en poeders
tot halffabrikaten en eindproducten voor industriele toepassingen,
zoals de auto-industrie en de elektronicasector. Het bedrijf, waar
3400 mensen werken, heeft zestien productievestigingen over de hele
wereld. Met de overname van Indec doet H.C. Starck aan voorwaartse
integratie. Het bedrijf maakt straks niet alleen poeders die nodig
zijn voor de productie van de brandstofcellen, maar gaat met de kennis
van Indec ook zelf brandstofcellen maken, waar hogere marges mee te
behalen zijn.
Volgens Van der Klein, inmiddels lid van de directie van ECN, brengt
de opgezette dealstructuur grote voordelen voor ECN met zich mee.
'We hebben een vierjarig onderzoekscontract afgesloten met H.C. Starck.
Zij blijven de komende jaren opdrachtgever van ECN en investeren miljoenen
in onze r&d-activiteiten in Petten. Dat geld gaan we besteden
aan het verbeteren van de prestatie van de materialen. Bovendien willen
we ons onderzoek richten op het maken van geïntegreerde systemen.'
Daarvoor moeten we technieken ontwikkelen om de brandstofcellen te
stapelen. Voor 1 kilowatt elektrisch vermogen zijn stapelingen van
ongeveer 50 tot 80 brandstofcellen nodig. Met de steun van H.C. Starck
kunnen we dergelijke systemen gaan ontwikkelen. Als de markt rijp
is voor grootschalige afname van brandstofcellen, vindt de massaproductie
van de door ons ontwikkelde cellen in Selb plaats.'
Selb mag dan een relatief klein Duits plaatsje zijn, het genoot jarenlang
wereldwijde bekendheid vanwege de bloeiende keramiek- en porseleinindustrie.
De helft van de Duitse porseleinproductie kwam in de jaren tachtig
van Selb. Alle grote namen hadden er vestigingen, maar onder invloed
van oplopende kosten is bijna de hele industrie naar het Verre Oosten
verdwenen. Alleen Rosenthal, inmiddels onderdeel van de Waterford/Wedgwood-groep,
heeft in de 'porseleinstad', zoals Selb zichzelf nog altijd aanduidt,
nog zijn hoofdkantoor. Er zijn nog veel toeristische winkels waar
porselein kan worden aangeschaft, maar de toekomst van het stadje
met 18.000 inwoners ligt vooral in de industriële toelevering aan
de auto- en elektronica-industrie. ECN houdt voorlopig een belang
van 35% in Indec, maar stapt er op termijn helemaal uit.
Hoeveel H.C. Starck aan ECN betaalt is niet bekendgemaakt, maar de
waarde van de totale deal beloopt, inclusief de investeringen bij
H.C. Starck, in de 'tientallen miljoenen euro's', zegt Van der Klein.
Behalve een cashbedrag kan ECN in de toekomst ook royalty's tegemoet
zien op de verkochte producten van H.C. Starck. Dat zullen vooral
brandstofcellen zijn die bij andere bedrijven tot complete systemen
in elkaar worden gezet. Verwachte toepassingen van de hoge-temperatuur-type
brandstofcelsystemen die hier in het geding zijn, zijn onder andere
'auxiliary power units' in de auto ter vervanging van de accu of verwarmingseenheden
als alternatief voor de huidige cv-ketels. Brandstofceltechnologie
als aandrijvingsenergiebron voor de auto zal pas over een aantal jaren
de markt bereiken. Daarvoor moeten eerst de kosten sterk dalen en
de prestaties van de cellen worden verbeterd. De overheveling van
ECN-technologie naar het bedrijfsleven zal volgens De Klein de komende
jaren extra aandacht krijgen in het kader van de rol van onderzoeksinstituten
in de kenniseconomie. Het onderzoekscentrum houdt zich behalve met
brandstofceltechnologie ook bezig met onder andere zonne-energie,
windenergie en biomassa. 'Het is zeker onze bedoeling om ook andere
onderdelen uiteindelijk zo te ontwikkelen dat ze rijp zijn om buiten
ECN te worden geplaatst.'
BERT VAN DIJK
Technologie
Het principe van de brandstofceltechnologie is al sinds 1839 bekend,
toen de Brit William Grove octrooi aanvroeg op de technologie. Pas
in 1966 nam de belangstelling voor brandstofcellen serieuze vormen
aan, toen de Amerikanen de technologie succesvol gebruikten in de
Apollo-ruimteraket. Brandstofcellen worden aangeduid als 'nul-emissie-technologie'.
Ze kunnen worden ingezet om op elke locatie elektriciteit te genereren,
stil en zonder uitstoot van schadelijke stoffen. Brandstofcellen zetten
waterstof om in elektriciteit. Dat gebeurt in een elektroliet, een
membraan ingeklemd tussen twee elektroden (een anode en een kathode).
De waterstofelektronen kunnen niet door het membraan en worden via
een circuit 'omgeleid' naar de kathode. Daarbij wordt elektriciteit
opgewekt. In de kathode worden vervolgens zuurstofionen toegevoegd
aan de omgeleide elektronen en de waterstofprotonen, die wel door
het elektroliet gaan. De afvalstoffen die overblijven zijn water en
warmte. Waterstof wordt in de toekomst geproduceerd door elektrolyse
van water. Wind- of zonne-energie zorgt voor de benodigde elektriciteit.
Copyright (c) 2003 Het Financieele Dagblad
|
|
|
|
|